Borst- of flesvoeding

Borstvoeding

De verloskundige praktijk Zeist heeft in 2006 het certificaat “Zorg voor Borstvoeding” van WHO/UNICEF voor borstvoeding gehaald. Dit certificaat staat garant voor goede voorlichting over borstvoeding tijdens de zwangerschap en begeleiding bij het geven van borstvoeding in het kraambed.

WHO en UNICEF ontwikkelden tien vuistregels om borstvoeding wereldwijd tot een succes te maken. De “Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding”

Alle instellingen voor moeder- en kindzorg dienen er zorg voor te dragen:

  1. dat zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers
  2. dat alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid
  3. dat alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven
  4. dat moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden geholpen met borstvoeding geven
  5. dat aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden
  6. dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie
  7. dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven
  8. dat borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd
  9. dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of fopspeen wordt gegeven
  10. dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties

Wij hebben deze punten in onze Verloskundige Praktijk Zeist toegepast. Borstvoeding geven is een goede investering in de gezondheid van je kind. Daarom vinden wij het als verloskundigen vanzelfsprekend om jullie als (aanstaande) ouders daarbij alle steun en begeleiding te bieden.

Borstvoeding bevordert gezonde groei en ontwikkeling en geeft minder risico op allerlei aandoeningen. Borstvoeding is dus de beste start voor je kind. Tot ongeveer 6 maanden heeft het zelfs geen andere voeding nodig dan moedermelk. Daarna kan borstvoeding, gecombineerd met andere voedingsmiddelen, doorgaan zolang jij en je kind dit prettig vinden.

Borstvoeding geeft minder risico op:

  • maagdarmstoornissen
  • luchtweginfecties
  • urineweginfecties
  • bacteriële meningitis
  • chronische darmziekten
  • allergische aandoeningen, diabetes mellitus, overgewicht en wiegendood

Ons borstvoedingsbeleid kunt u hier nalezen.

Onze Chinees en Engels sprekende zwangeren kunnen via deze website informatie vinden over borstvoeding.

Voor meer informatie klik hier.

Flesvoeding

De beste voeding voor je kind is borstvoeding, vanwege alle goede stoffen die erin zitten. Maar als je door omstandigheden je baby geen borstvoeding kunt of wilt geven, is flesvoeding een goed alternatief.

Met flesvoeding wordt bedoeld: volledige zuigelingenvoeding, ook wel kunstvoeding genoemd.

Hoe kies je de juiste flesvoeding?

Kies de flesvoeding

  • Het maakt niet zoveel uit welk merk je kiest. De  samenstelling van flesvoeding is vastgelegd in de Warenwet.  Merken verschillen nauwelijks van elkaar als het gaat om de gehaltes aan verschillende voedingsstoffen in de flesvoeding.
  • Aan flesvoeding is vitamine K toegevoegd. Als je kind minimaal 500 milliliter flesvoeding op een dag krijgt, heeft je kind geen extra vitamine K nodig.
  • Geef je kind tot en met 3 jaar elke dag 10 microgram vitamine D extra, ongeacht de hoeveelheid vitamine D die al is toegevoegd aan de flesvoeding. Na die tijd hebben alleen nog kinderen met een donkere  (getinte) huid en kinderen die niet genoeg buitenkomen extra vitamine D nodig.
  • Er zijn ook speciale flesvoedingen voor kinderen die hongerig zijn of die veel overgeven. Zo’n aparte voeding is meestal niet nodig. Overleg eerst met het consultatiebureau als je wilt overstappen op andere voeding.
  • Maak zelf geen flesvoeding, door bijvoorbeeld koemelk of geitenmelk met water te mengen. Dat is geen volwaardige voeding voor  baby’s.

Zo maak je de fles klaar

  • Was je handen.
  • Zorg dat de fles goed schoon is. Als de fles niet goed schoon is, kan je kind ziek worden.
  • Volg voor het klaarmaken de instructies op de verpakking. Gebruik het schepje dat bij de verpakking zit voor de juiste dosering.
  • Je kunt gewoon kraanwater gebruiken. Het is niet nodig om dat eerst te koken.
  • Verwarm de fles in een pannetje met warm water, in een  flessenwarmer of in de magnetron.
  • Maak de flesvoeding niet warmer dan 30 tot 35°C. Controleer altijd de temperatuur van de melk met een druppeltje op de binnenkant van je pols.
  • Zwenk de fles altijd even om als je de fles in de magnetron verwarmt. De buitenkant kan kouder aanvoelen dan de inhoud.
  • Verwarm een fles op maximaal 600 Watt. Een  fles van 100 milliliter verwarm je 30 seconden, een fles van 150  milliliter verwarm je 45 seconden en een fles van 200 milliliter zet je 60 seconden in de magnetron.
  • Controleer aan de binnenkant van je pols of de melk  niet te warm is. Geef de fles meteen aan je kind als de temperatuur goed is.

Flessen van te voren klaarmaken

  • Maak maximaal 1 of 2 flessen van tevoren klaar volgens de instructies op de verpakking.
  • Zet de flessen meteen na het klaarmaken in de koelkast.
  • Let op dat de temperatuur in de koelkast lager is dan 4°C.
  • Bewaar de klaargemaakte flesvoeding niet meer dan 8 uur in de koelkast. Gooi restjes altijd weg.
  • Neem geen klaargemaakte fles mee op reis. Je moet flesvoeding namelijk gekoeld bewaren. Neem melkpoeder en warm water in een thermosfles mee, zodat je terplekke een fles kunt klaarmaken.

Zo geef je de fles

  • Geef je kind de fles wanneer je merkt dat het hongerig is. De meeste kinderen willen ongeveer 6 keer per dag een fles.
  • Geef je kind op een dag ongeveer 150 milliliter flesvoeding per kilo van zijn gewicht. Als je kind 5 kilo weegt, heeft het op een dag dus 750 milliliter voeding nodig. Je kind krijgt genoeg binnen als het goed groeit, regelmatig plast en levendig is.
  • Neem je kind op schoot, dan heb je minder kans dat het zich verslikt. Laat het niet in een babystoeltje of in bed drinken.
  • Zorg dat de speen gevuld blijft met melk tijdens het voeden. Zo voorkom je dat je kind lucht binnenkrijgt en zich verslikt.
  • Laat je kind niet langer dan een half uur drinken en stop als je kind zelf aangeeft dat het genoeg heeft gehad. De fles hoeft niet leeg.

Zo maak je de fles schoon

  • Spoel direct na het drinken de fles en speen om met koud water.
  • Was de fles en speen na elke voeding in een  afwasmachine op minimaal 55°C. Of maak in heet sop de fles en speen goed  schoon met een speciale flessenborstel. Spoelen de fles na met warm of  heet water, om zeepresten te verwijderen.
  • Laat de fles en speen ondersteboven op een droge,  schone doek drogen.

Ons flesvoedingsbeleid kunt u hier nalezen.